Wat blijft er van een mens over als haar verhaal verdwijnt?

Wat blijft er van een mens over als haar verhaal verdwijnt?

Sommige mensen blijven in de geschiedenis achter als een compleet verhaal. We kennen hun naam, hun gezicht, hun woorden, de plaatsen waar ze woonden en soms zelfs wat ze dachten of voelden. Van anderen blijft nauwelijks iets over. Een naam in een register. Een vergeelde foto. Een geboortedatum zonder sterfdatum. Een brief waarvan de rest van de correspondentie verdwenen is. Iemands dochter die zich herinnert dat haar moeder ergens vandaan kwam, maar niet meer precies weet waar. En soms blijft er alleen een gezicht over.

Een vrouw kijkt vanuit een oude foto naar iemand die honderd jaar later leeft. We weten niet waar ze die ochtend wakker werd. Of ze graag lachte. Wie ze miste. Waar ze bang voor was. Of ze kinderen kreeg. Wat er met haar gebeurde nadat de foto werd genomen.

Toch kijken we. Misschien juist omdat we het niet weten. Dat roept een merkwaardige vraag op:

hoeveel moeten we van iemand weten voordat we het gevoel krijgen dat zij werkelijk heeft bestaan?


De vrouwen die uit het verhaal verdwijnen

Geschiedenis lijkt achteraf vaak overzichtelijker dan zij werkelijk is. We maken tijdlijnen. We benoemen gebeurtenissen. We bewaren documenten en bouwen archieven. Daardoor ontstaat gemakkelijk de indruk dat het verleden ergens compleet op ons ligt te wachten.Maar een archief is geen volledig geheugen. Het bevat wat bewaard is gebleven. En wat bewaard blijft, hangt af van wie kon schrijven, wie geregistreerd werd, welke documenten belangrijk genoeg werden gevonden om te bewaren, wie toegang had tot instituties en welke levens überhaupt werden vastgelegd.

Voor vrouwen is dat lange tijd niet vanzelfsprekend geweest.

Soms verschijnen zij in bronnen voornamelijk in relatie tot iemand anders: echtgenote van, dochter van, moeder van. Hun aanwezigheid is aantoonbaar, terwijl hun eigen stem nauwelijks terug te vinden is.

Het Smithsonian American Women's History Museum beschrijft een vergelijkbaar probleem in de hedendaagse digitale geschiedschrijving: vrouwen die aantoonbaar onderdeel waren van de geschiedenis kunnen moeilijk vindbaar blijven wanneer de bronnen waarmee hun betekenis kan worden aangetoond versnipperd, ontoegankelijk of nooit gedigitaliseerd zijn.

Daar zit iets pijnlijks in. Niet omdat die vrouwen geen levens hadden. Maar omdat een geleefd leven en een bewaard leven twee verschillende dingen zijn.

Een vrouw kan liefgehad hebben, ruzie hebben gemaakt, kinderen hebben opgevoed, verlangens hebben gehad, een huis hebben verlaten, opnieuw zijn begonnen, bang zijn geweest, zich hebben verzet en oud zijn geworden. Zonder dat daarvan voldoende materiaal overblijft om haar later nog te reconstrueren. Haar leven was volledig. Het archief is dat niet.

Wat een gezicht ons niet vertelt

Daarom zijn oude foto's zo fascinerend. Een foto lijkt bewijs te leveren.

Zij was hier.

Er was een bepaald lichaam, een bepaalde blik, een jurk, een kapsel, een houding. Licht viel op een bepaald moment op haar gezicht en iemand besloot dat moment vast te leggen. Maar zodra we langer kijken, gebeurt er iets anders. We beginnen het ontbrekende zelf in te vullen. Ze kijkt ernstig, dus misschien was ze ongelukkig. Ze staat rechtop, dus misschien was ze sterk. Ze kijkt weg van de camera, dus misschien was ze verlegen. Maar we weten het niet. Een gezicht geeft ons de illusie van nabijheid terwijl de persoon zelf onbereikbaar blijft. Dat spanningsveld interesseert mij.

Want misschien kijken we daarom ook zo anders naar een geschilderd gezicht dan naar veel andere beelden. We zoeken onmiddellijk naar iemand. Wie is zij? Wat denkt ze? Waarom kijkt ze zo? Wat is er net gebeurd? Een portret nodigt ons bijna automatisch uit om van zichtbare kenmerken een innerlijk leven te maken. Maar dat innerlijke leven kunnen we niet zien.

Jezelf herkennen in een onbekende vrouw

En dan gebeurt soms nog iets vreemders. We kijken naar iemand die we helemaal niet kennen en voelen toch herkenning. Dat zit soms in een houding, een blik die net langs ons heen gaat, de spanning in een lichaam, een hand die iets vasthoudt, de manier waarop iemand aanwezig is en tegelijkertijd ergens anders lijkt te zijn. We hoeven haar geschiedenis niet te kennen om geraakt te worden. Misschien komt dat doordat we bij het kijken altijd iets van onszelf meenemen. Onze eigen herinneringen en relaties. Mensen die we verloren hebben en dingen waarover in onze familie niet gesproken werd.

Een schilderij blijft daardoor nooit uitsluitend het verhaal van degene die erop staat. Er ontstaat een ruimte tussen de geschilderde persoon en degene die kijkt. En juist in die ruimte kan herkenning ontstaan. Daarom wil ik een gezicht ook niet volledig verklaren. Zodra ik vertel wie een vrouw precies is, wat ze denkt en wat de kijker in haar moet zien, sluit ik een deel van die ruimte. Ik ben meer geïnteresseerd in wat er gebeurt wanneer er iets onbeslist blijft.

Kun je iemand missen die je nooit hebt gekend?

Die vraag wordt ingewikkelder wanneer het over familiegeschiedenis gaat. Kun je verbonden zijn met mensen die leefden voordat jij geboren werd? Kun je verlangen naar een plaats waar je zelf nooit hebt gewoond? Kun je verlies ervaren rond gebeurtenissen die je zelf niet hebt meegemaakt?

Letterlijk kunnen we ons natuurlijk niet herinneren wat vóór ons eigen leven gebeurde en toch kan een verleden aanwezig blijven. In namen, gewoonten, eten, foto's en in verhalen die telkens opnieuw worden verteld. Maar misschien nog sterker in de verhalen die niet worden verteld. Een stilte kan zich net zo goed door een familie bewegen als een verhaal. Je merkt dat ergens een grens ligt, ook wanneer niemand precies vertelt waarom.

Voor iemand die leeft tussen verschillende culturele geschiedenissen kan dat een merkwaardige ervaring zijn. Een plaats kan tegelijkertijd vertrouwd en onbekend voelen. Een geschiedenis kan persoonlijk voelen zonder een eigen herinnering te zijn. Je hoort erbij en tegelijkertijd sta je erbuiten. Misschien is dat waarom oude foto's soms zo'n aantrekkingskracht hebben. Je zoekt niet alleen naar informatie. Je zoekt naar herkenning. Is er iets van mij in haar? Een gezichtsvorm? Een houding? Een manier van kijken? En achter die oppervlakkige overeenkomsten ligt een grotere vraag: welk deel van haar leven heeft mij bereikt zonder dat ik het weet?

Maar het ontbrekende moet ontbrekend mogen blijven

Er zit ook een gevaar in die zoektocht wanneer er weinig bekend is, ontstaat de verleiding om het verhaal compleet te maken. We willen een begin en een einde. We willen weten wat er gebeurde. En als de informatie ontbreekt, kunnen we gemakkelijk een aannemelijk verhaal construeren. Maar misschien hoeven we dat niet te doen. Misschien verdient iemand ook het recht om niet volledig door ons ingevuld te worden.

Dat idee wordt belangrijker naarmate ik naar historische vrouwen kijk. Ik wil hen niet gebruiken als personages waarop ik mijn eigen verhaal kan projecteren. Zeker wanneer hun levens gevormd zijn door migratie, geweld of verlies, zou het gemakkelijk zijn hun onbekende geschiedenis alsnog dramatisch in te vullen. Maar afwezigheid is geen leeg canvas waarop alles mogelijk is. Soms is 'we weten het niet', de meest respectvolle zin die over iemand gezegd kan worden. En misschien kan kunst juist daar iets doen wat een historische reconstructie niet kan. Niet het ontbrekende vervangen. Maar het voelbaar maken dat er iets ontbreekt.

Schilderen als een andere manier van bewaren

Daar begint voor mij de schilderkunst. Niet bij de gedachte dat ik iemand uit het verleden kan terugbrengen. Dat kan ik niet. En ook een schilderij maakt een onvolledig archief niet compleet. Maar schilderen kan wel vertragen. Een foto die misschien in enkele seconden bekeken zou worden, kan het vertrekpunt worden voor dagen of weken kijken. Ik kijk naar een mond, een schouder, de afstand tussen twee ogen, de houding van een lichaam.

Ik schilder, haal weg, schilder opnieuw. En gedurende dat proces verandert de verhouding tot degene die ik bekijk. Niet omdat ik haar beter leer kennen. Dat zou te veel zijn om te beweren. Maar omdat ik langer bij haar aanwezigheid blijf. Misschien is schilderen daarom voor mij minder een manier om iemand vast te leggen dan een manier om te zeggen: ik heb je gezien.

Wat blijft er uiteindelijk over?

Misschien veel minder dan we zouden willen. Een naam, gezicht, een voorwerp. Een verhaal dat drie generaties later nog half wordt herinnerd. Een foto waarvan niemand meer precies weet wie erop staat. En toch is dat kleine beetje soms voldoende om opnieuw aandacht te vragen. Niet om een verloren leven compleet te maken. Maar om ons eraan te herinneren dat achter ieder fragment ooit een volledig mens bestond. Een mens die meer was dan wat het archief heeft bewaard. Dat is misschien wat mij het meest bezighoudt wanneer ik naar een gezicht kijk. Niet alleen: Wie was zij? Maar ook: waarom wil ik haar nog steeds proberen te zien? En misschien ligt daar ook de reden waarom we onszelf soms herkennen in een onbekende vrouw. Niet omdat haar verhaal hetzelfde is als het onze. Maar omdat we allemaal bestaan uit meer dan zichtbaar blijft. En omdat we ergens weten dat ook van ons uiteindelijk slechts fragmenten zullen worden meegenomen.

Wat zichtbaar is, is slechts een deel.

Lees ook:
Wat je meedraagt.

Terug naar blog